4 rolmaten, 13 potloden

Als ik in mijn werkplaats aan het werk ben heb ik een groot gedeelte van de tijd een gereedschap in mijn handen. Niet de hele tijd hetzelfde, want om na het meten te zagen moet ik de rolmaat loslaten. Ik loop even naar mijn houtopslag om te kijken of daar niet net toevallig een stukje multiplex met de (bijna) juiste maten ligt. Teruggekomen bij de zaagtafel is de rolmaat weg. Ik ga weer terug naar de houtopslag om te kijken of hij daar ligt. Nee.

Omdat ik dit vaker bij de hand heb, heb ik inmiddels 4 rolmaten, die zich langs onbekende routes door de werkplaats bewegen. Of een eigen leven leiden. Zoals je niet altijd weet waar de kat uithangt als hij door het kattenluikje naar buiten is, zo weet ik vaak niet waar mijn rolmaten verblijven. Als ik er een tegenkom als ik niet op zoek ben, pak ik hem op en breng hem naar het basisstation voor rolmaten: een hoekje van de tafel, naast de 13 zwerfpotloden en het opschrijfblokje voor het vangen van van alles.

De theorie die ik heb ontwikkeld waarom rolmaten en potloden zo vaak niet zijn, waar ik denk dat ze logischerwijs zouden moeten zijn, luidt: ik let niet op. Ik let wel op, maar ik heb maar één voorwerp of idee tegelijkertijd recht in het vizier. Als zo’n rolmaat, potlood, bitje, gehoorbeschermer, schaar, papiertje met aantekeningen daar net buiten valt, dan valt het ook uit mijn geheugen.

Ik ben ook wel eens iets kwijt als ik het zelf heb weggegooid. Althans, dat is mijn reconstructie achteraf. Zo zocht ik in alle kasten en op alle planken naar een zak gips. Die had ik ooit ergens gevonden en meegenomen, want anders: zonde en wie weet. Een paar jaar later had ik een toepassing bedacht en ging een zoekactie van start, die niets opleverde. Ik zocht op alle logische en onlogische plekken. Vermoedelijk heb ik bij een grote schoonmaak eens gedacht: dit staat er zo lang ongebruikt, zal ik het niet eens weg doen? Maar dat weet ik dus niet meer.

Het aanpassen van mijn opruimsystematiek wil ook nog wel eens verloren voorwerpen tot gevolg hebben. Eerst lagen de scharnieren die ik bijna nooit gebruik hier. Ik heb gedacht dat ik daar een beter vindbare en meer logische plek voor wist, maar waar is die?

Al die laden, dozen en stapels met gereedschappen en materialen zijn verlengstukken van mijn lichaam, geheugen en spraakorgaan. Ik voel me onthand als ik iets niet meer te pakken krijg.