Bek

Vooral in het voorjaar heb ik er last van. Ik kan bijna niet wachten tot de krentenbomen gaan bloeien. Eerst komen die roestig gekleurde pluimpjes met nieuwe blaadjes, daarna de witte bloemetjes, die zo los en luchtig aan de takken zitten. Overal zie ik ze staan. Iedere fase wil ik heel bewust meemaken. Ik wil niks missen. Maar goed, daar komt in de praktijk niet altijd veel van terecht.

Heb ik er op tijd aan gedacht om de krentenbomen goed in de gaten heb gehouden en inderdaad stap voor stap tot bloei zie komen, fiets ik ergens, zie ik dat de bloesem van de Japanse kers alweer op de grond ligt en die heb ik niet eens aan de boom zien hangen. Kom ik na het feest pas langs. Hoewel, zo’n stoep vol bloemenconfetti is ook prachtig en nu: kijk die kleine zachte groene blaadjes eens lief aan de boom zitten.

Ik vraag me af wat ik allemaal nog meer heb gemist. Heb ik wel goed naar de sneeuwklokjes gekeken, dit jaar? Ik zou kunnen denken dat ik die dingen zo onderhand wel ken, maar dat neemt niet weg het ieder jaar de moeite waard is om er naar te kijken. Wat zit die vogel lekker te zingen. Ik fiets te hard. Ik moet meer om me heen kijken. Ik zou een stukje kunnen schrijven over de drang alles in me op te nemen. Waarom heb ik die uitbundig bloeiende struik (wat is dat voor soort?) niet eerder gezien. Beter opletten, moet ik. Waar zat ik de hele tijd met mijn hoofd?

Vanochtend in bed had ik zo’n goed idee voor een kunstwerk, dat moet ik ook nog even op papier zetten. Voor ik het vergeten ben, voor het vervlogen is. Het is denk ik ook verstandig alvast tijd in te plannen voor een vakantie, want voor je het weet is het september. Ik ben te laat om nog tomaten te zaaien. Dan krijg ik weer van die groene knikkers die niet af willen rijpen. Laat ik maar een plantje kopen, net zo makkelijk eigenlijk. Gelukkig komt niet alles tegelijk, maar wel veel. De lindebloesem, die is gelukkig later pas. Wanneer ook alweer? Als het warmer is, in ieder geval, en ik de zon en de zoete geur op kan zuigen.

Ik voel met net een jonge hond met keuzestress. Welke bal ga ik vangen? Ik wil niet kiezen. Ik wil alle ballen die mijn baasje gooit ophalen en in mijn bek houden. Ook de vierde en de vijfde. Een bal laten gaan is geen optie. Ze zijn allemaal voor mij. Ik heb maar één groot verlangen: Ik wil een grotere bek.