Bonte Specht (2)

Laatst stond ik met de auto stil voor een stoplicht en hoorde door mijn openstaande raam duidelijk het geschreeuw van een rijk gevuld nest jonge vogels. Ik keek naar links in de richting van het geluid en zag net nog een grote bonte specht wegvliegen.

Omdat ik af en toe een grote bonte specht zie, heb ik af en toe een kort gesprek over bonte spechten. Als ik met iemand samen ben, bespreken we de waarneming ter plekke en als ik alleen ben bij het zien van de grote bonte specht, dan vertel ik het achteraf aan iemand. Bonte spechten zijn een dankbaar gespreksonderwerp. Een bontespechtengesprek heeft als vast onderdeel de formaatdiscussie.

-Ik zag gisteren in het bos een grote bonte specht met een bek vol insecten een gat in een boom binnengaan. Er kwam een enorm kabaal uit dat nest.
-Oh ja? Ik zag laatst ook een bonte specht, maar ik denk dat het een kleine bonte specht was, want hij was niet zo groot.
-Hoe groot was hij? Was het een beetje formaat merel of spreeuw?
-Ja ja, ik denk het wel, dus dat was een kleine bonte specht. Een grote bonte specht is denk ik veel groter.
-Nee, een grote bonte specht is niet zo groot. Hij heet wel groot, maar hij ís niet groot. Hij is niet formaat oehoe. Hij heet grote bonte specht omdat de kleine bonte specht veel kleiner is. Dáár moet je hem mee vergelijken. Vergeleken bij de kleine bonte specht, formaat mus, is de grote bonte specht een gróte bonte specht.
-Ik denk toch dat het een kleine bonte specht was, die ik zag.
-Het zou kunnen. Ik heb nog nooit een kleine bonte specht gezien, alleen maar grote bonte spechten.

Als je weet wat het ijkpunt is kun je in één klap onthouden wat grote en kleine bonte spechten zijn. En er zijn ook nog middelste bonte spechten.

In de brugklas kreeg ik Frans van een man met baard die ook Frans heette. Dat was congruent en makkelijk te onthouden. We leerden être en avoir en hoe het ontbijt en het middageten genoemd werden. Ik probeerde dat te onthouden als begrippenpaar, omdat het ene woord in het Frans hetzelfde was als het andere, maar dan met een stukje erbij of eraf, zoiets. Ik kreeg een beurt in de klas. “Wat is het woord voor ontbijt in het Frans?” “Le déjeuner?”, zei ik. “En het middageten dan?” Ik zocht naar het woord met iets erbij of eraf en zei: “Le jeuner?” “Le jeuner?”, zei Frans licht smalend, “dan is het avondeten zeker ‘le nez’?”

Ik had het verkeerde ijkpunt genomen en ben na dit jammerlijke falen als twaalfjarige nooit meer vergeten hoe het zit: de lunch is “le déjeuner” en het ontbijt, inderdaad met iets erbij, is “le petit déjeuner”.

Nog even beide ezelsbruggetjes bij elkaar: als je denkt dat je een kleine bonte specht ziet, omdat het niet zo’n enorm grote vogel is, is de kans groter dat je een grote bonte specht ziet. En in Frankrijk is een ontbijt een klein middageten. Ook als het een groot ontbijt is.