Droom van grote boom

Ik sta aan de rand van een grote open plek in een stad. Er wordt hard gewerkt om het enorme plein opnieuw in te richten. In de verte, aan de overkant, staan grote grijze gebouwen. Er ligt veel geel zand, ergens opgegraven, vervoerd in vrachtwagens en hier neergelegd, zodat je er makkelijk een straat op kunt aanleggen. Er ligt een fietspad langs de rand. Daar rijden al fietsers op. Het pad is rood van nieuwheid.

Het is sowieso erg druk op het plein, maar ook erg verlaten. Dat komt misschien omdat het zo groot is en iedere beschutting mist. Van hier tot de overkant meet het, denk ik, driehonderd meter. Alles is ontworteld. Alles wat er ooit was is weggehaald en nu zijn groepjes bouwvakkers en stratenmakers in de weer om hier de allernieuwste ideeën over stadsontwikkeling vorm te geven. Wie heeft dat bedacht? In ieder geval niemand van de mensen die nu hier zijn, om te werken of passerend op de fiets. Het was kennelijk niet goed zoals het was en het moet nu allemaal beter. Eerst vernietigen en dan van de bodem af opnieuw opbouwen.

Ook de planten, alles wat hier leefde en groeide is weggehaald. Er staan nog een paar bomen en struiken hier en daar. Te taai of te groot om eenvoudig met een bulldozer uit de grond te trekken of duwen. Eerst zijn de makkelijke stukken weggehaald en de rest zal met zwaarder geschut worden verwijderd. Dat zit in de planning. Een strakke planning.

Niemand is hier om er te leven. Er zijn mensen die werken en mensen die onderweg zijn naar ergens anders. Geen verblijfplaats, maar doorvoerplaats.

Het stemt me een treurig dat alles wat er was, vernietigd is en ik maak me zorgen over wat er voor in de plaats komt. Is er wel ruimte voor mij? Voor mensen zoals ik? Ga ik me hier thuis voelen? Wat voor ideeën hebben mensen in hemelsnaam over hoe een stad ingericht moet worden?

Er staat nog één grote boom, heel verloren. Een enorme indrukwekkende door iedereen verlaten boom. Onderaan is het een eeuwenoude beuk. Je hebt drie mensen nodig om hem te omhelzen. Verder naar boven is het een populier met ruwe bast, die ver de hemel in groeit. Het is echt een reusachtige boom. Als ik het zo in moet schatten hoger dan de Domtoren. Een levende plantaardige dinosaurus. Mijn hart gaat uit naar die boom, ten dode opgeschreven op dit mensbedachte godvergeten plein.

Er wordt gezegd dat die boom op die plek een gevaar oplevert voor de mensen. Er kunnen takken uit vallen en dat kunnen we niet hebben. In deze tijd is er geen plaats meer voor zulke bomen. Zulke bomen zijn uit de tijd. Uiteraard is deze boom uit een andere tijd. Kennelijk willen we alleen maar nu en geen gisteren.

Ik zou willen dat die boom bleef. Dat alles om die boom heen gevouwen zou kunnen worden. Dat we de boom zouden zien als het belangrijkste dat we hebben. Dat we nooit denken dat er geen plaats meer is voor het vegetatieve in de natuur en in onszelf. Ook ik heb plantachtige eigenschappen. Een stilstaande en zuchtende en op de wind mee wiegende persoon kan ik zijn. Zonder woorden en met een ander idee van tijd en ruimte. Weerloos tegenover alle mensen die het allemaal beter weten en alles nog veel mooier en beter denken te moeten maken, met een bulldozer, tegels, beton en asfalt.