Gezicht

Er kwam eens een groepje mensen mijn werkplaats binnenvallen. Mijn werkplaats zit in een bedrijfsverzamelgebouw. Er werd geklopt, ik riep “joehoe” en iemand deed de deur open en stapte half naar binnen. “Mogen we even binnen komen? We zijn van… “ Ik ben vergeten waar ze van waren. Iets van de verhuurder, of de gemeente of de verzekering. Functionarissen. Geheel onuitgenodigd en onaangekondigd stonden er plotsklaps drie mannen en een vrouw in mijn ruimte.

Iets met controle, wat ik daar deed. Of ik wel echt kunst aan het bedrijven was. En of ik dat wel veilig deed, voor de verzekering. Die dag was ik toevallig iets aan het schilderen. Ik had mijn verfkleren aan en zag er overtuigend artistiekerig uit en mijn handen waren besmeurd met verf.

“Zo, dus jij maakt kunst”, zei een van de mannen. Ja, zei ik. “En hoe werkt dat nou?”, vervolgde hij, “Jij maakt gewoon iets en dan hoop je dat mensen dat gaan kopen?” Uit die vraag begreep ik dat hij normaal gesproken niet met kunstenaars van doen had. Het klonk alsof hij zich niet voor kon stellen dat er mensen bestonden die kunst zouden willen kopen. En de dingen die hij in mijn werkruimte zag brachten daar geen verandering in. Nee, zei ik, zo werkt het niet. En verder deed ik er maar het zwijgen toe. Hoe moet je zo'n vraag kort beantwoorden?

Gelukkig vroeg hij niet door. Met z’n vieren keken ze, nog steeds glimlachend en knikkend, rond in mijn werkplaats. Ik keek op mijn beurt naar hen en met name naar de vrouw, die er zo totaal anders uitzag dan ik. Ik groezelig en met verfvlekken in een willekeurig patroon op mijn kleren. Zij met kleding zonder enige kreuk en met een gezicht dat zij op haar gezicht had geschilderd. Ze had haar huid bedekt met huidskleur, haar wenkbrauwen vol en bijna zwart gemaakt en haar lippen sprekend rood. Bij haar ogen subtiele lijnen en kleuren om ze sprekender te maken. Al dacht ik niet dat ze haar gezicht ingrijpend had veranderd, ik dacht wel dat ik haar gezicht helemaal niet kon zien.

Hoe doet zij dat als ze ineens moet niezen, vroeg ik me af. Hoe lost zij het op als ze even af wil koelen na een warme fietstocht? Ik kan een kommetje maken met mijn handen, dat vullen met water en er mijn gezicht in doen. Daarna wrijf ik me met een handdoek droog. Voor haar is dat geen optie. Misschien zou ik haar niet eens herkennen, zonder haar gezicht. Zij keek net zo bevreemd naar de inhoud van mijn werkplaats, met meubels en beelden onder het stof, als ik naar haar gezicht.

Vorige blog:

Rasp

Volgende blog:

Gewicht