Leeftijd

Ik vraag me af of er zoiets bestaat als een ideale leeftijd. Maar daar kom ik niet uit.

Ik zag een man, ongeveer zo oud als ik, door onze straat fietsen met een ladder onder zijn arm. Of nee, het was anders. Het was een behoorlijk lange dubbele houten ladder. Halverwege de ladder had hij zijn arm tussen twee sporten gestoken. De zijkant van de ladder leunde op zijn schouder en met zijn hand hield hij de ladder op zijn plek. De andere hand gebruikte hij om te sturen. Hij fietste ontspannen en met volledige controle over fiets en ladder voorbij. Dat lijkt mij nou de ideale leeftijd, als je dat kunt.

Ook zag ik een vader die zijn zoontje leerde fietsen. Het jongetje kwam mij slingerend tegemoet rijden. Zijn vader had hem net losgelaten. “Doorfietsen”, riep hij, “gewoon doorfietsen.” De jongen kon nog niet om zich heen kijken en fietsen tegelijk en dreigde tegen een hekje aan te rijden. “Rechts”, riep zijn vader, “rechts, rechts, je moet naar rechts!” Het jongetje hoorde niets omdat hij het wonder van fietsen voor het eerst in zijn lijf voelde. Hij kon alleen rechtdoor. En zelfs al hoorde hij het, hij wist nog niet wat rechts was. Vader en zoon hebben beide de ideale leeftijd.

Ik ontmoette een meisje van dertien. Ze zat net in de brugklas. Ze vond alle vakken leuk, maar biologie was haar lievelingsvak. Haar bril stond haar goed. Ze vertelde over school, over toneel, karate, en wat ze misschien later zou willen worden. En ik dacht: je gaat niet of-of worden, maar en-en, wacht maar af. Toen ik zelf dertien was vond ik dat absoluut geen ideale leeftijd, maar misschien heb ik me daar in vergist. Als je dertien bent ben je mini-groente met dezelfde vorm en smaak als de grote versies. Alleen delicater en minder robuust. Alles is aanwezig en je bent precies goed.

Als je dan de ideale leeftijd hebt bereikt is het helemaal niet nodig die leeftijd vast te willen houden. Je bent het even en dan ga je weer door. Je beweegt er naartoe en weer vanaf.

Vorige blog:

Nestje

Volgende blog:

Handen