Mond

Timide kom ik binnen.
Doe mijn jas uit,
zet mijn bril af.
Ga hier maar zitten,
zeg je,
ontspan je,
leun maar achterover,
ik laat de stoel wat zakken,
zeg je.
Je past het licht aan,
ik sluit mijn ogen,
doe mijn mond open.
Zo, zeg je,
even kijken…
Met je zachte handen
tast je in mijn mond.
Je stelt een vraag,
ik zeg aaa.
Deze ga ik even vullen,
zeg je.
Als jij dat zegt,
dan moet dat maar.
Je verdooft mijn pijn,
zegt: het moet geen zeer doen,
steek je hand op,
en ik stop.
Je boort, vult en polijst.
Ondertussen zucht ik zacht
en wacht op water
om te spoelen.
Krijg ik mijn mond
weer van je terug
zodat ik zwak
naar je kan lachen.