Niets zeggen

Ik heb geprobeerd het rustigste moment uit te kiezen om mijn boodschappen te doen. Zondagochtend voor elven. En ik ben alleen, zoals gevraagd wordt op dit moment. Het is rustig in de winkel en ik heb alle ruimte om weifelend en associatief heen en weer door de supermarkt te lopen. Zo doe ik dat het liefst. Het zou allemaal veel efficiënter kunnen als ik thuis een lijstje zou maken dat is afgestemd op de looproute in de supermarkt. Of als ik in de winkel afwisselend om me heen kijk bij welk eetthema ik me bevind en op mijn lijstje, of met een pen zou afstrepen wat ik in mijn karretje heb gegooid. Dat doe ik allemaal niet. Ik hou grotendeels de volgorde van mijn lijstje aan. De volgorde van wat thuis in mij op kwam. Ik zie alle gangen meerdere keren.

Maar daar wilde ik helemaal niet over vertellen. Ik wilde het hebben over hoe ik mij als jonge televisiekijker verbaasde over de onbeleefdheid van personages in films. Mensen die een telefoongesprek voeren in een film, ronden dat niet netjes af met een groet, maar kappen het - boem - af en gaan over naar de volgende scène. Ik vond dat altijd erg onbeleefd. In het dagelijkse leven bel ik met mensen met een uitgesproken en uitgebreide gespreksafronding. Eerst zeggen dat je gaat afronden, dan afronden met een vaste groetformule: nou-doei-doei-doei. Waarbij de doeien lang worden gerekt, de eerste doei vrij hoog wordt ingezet en de volgende doeien steeds lager klinken. Vaak komt er tijdens de afronding nog een nagekomen mededeling. Soms als je al bijna de verbinding hebt verbroken. Dan wordt de afscheidroutine stopgezet. Als er even later toch echt een eind aan het gesprek komt, moet eerder genoemd ritueel opnieuw worden uitgevoerd. Daarmee vergeleken zijn met name detectives en politierechercheurs in series ronduit onbeschoft. In de loop van de jaren is het me wel duidelijk geworden dat films te lang zouden worden als alle beleefdheden uit het dagelijks leven ook moeten worden verteld. Dat zo’n commissaris nergens toe komt als hij eerst alle verdachten nog een prettige dag moet wensen. Dus dat laat je gewoon weg. Net zoals ze niet het verhaal onderbreken omdat er iemand naar het toilet moet. Dat houdt op.

Trouwens, er is mij nog iets opgevallen in films: als er een kaars wordt aangestoken, dan is het bijna altijd een nieuwe kaars. Dat is mooier natuurlijk. Tenzij het een kostuumdrama is, dan wil een kaars weleens wat korter zijn, en druipers aan de zijkant hebben. Maar bij een hedendaags drama, waar de kaarsen voor sfeervolle momenten worden aangestoken, zijn het meestal nieuwe kaarsen. Maar - en nu komt het - de lonten zijn voorgebrand. Nieuwe kaarsen hebben zo’n dik laagje was op de lonten, waardoor ze lastiger zijn aan te steken dan kaarsen die al eens hebben gebrand. In een film zie je niet het gedoe van nieuwe kaarsen met vette lonten, maar een probleemloos aansteken van een voorgebrand lontje. En dat haalt mij uit het verhaal, want ik denk aan de set-dresser die zo attent is geweest zodat de hoofdpersoon niet wordt opgehouden.

Ik kom toch nog weer even terug op de supermarkt. Ik heb mijn kar voor mijn doen behoorlijk vol geladen en ga bij de enige kassa die open is mijn spullen op de band leggen. Voor mij is geen rij, maar na mij vormt zich wel een rij. Achter me staat een man met minder dan vijf boodschappen. Hij hoopte misschien ook op zondag voor elven even snel de vergeten spullen te kopen. Maar hij strandt achter mijn volle kar bij de kassa. Dat is niet goed voor zijn humeur. Eerst zucht hij en dan zegt hij: “Zo, ga je op vakantie?” Als ik nooit films had gekeken met mensen die beleefdheden achterwege laten om het verhaal niet onnodig te compliceren dan had ik misschien iets gezegd. Iets als: “Nee, meneer, ik ga niet op vakantie. Ik haal alleen voor een week boodschappen. Het is met alle drukte doordeweek en iedereen op anderhalve meter moeten houden, geen lolletje om boodschappen te doen. En op vakantie zit er nu ook even niet in, toch?” Dat zeg ik allemaal niet. Ik kijk over mijn mondkapje door mijn half beslagen brillenglazen kort zijn kant op. En ik ga door met waar ik bezig ben. Ik wil de bon en ik wil de voetbalplaatjes en ik wil alles wat de caissière mij te bieden heeft. “Hèhè”, zegt de man na mij, als hij eindelijk aan de beurt is. Ik zeg nog steeds niets. In alle rust vul ik vier tassen, zeg de caissière gedag en loop als de held in mijn eigen verhaal naar mijn fiets.

Inmiddels zijn er veel blogs verschenen. Daarom heb ik trefwoorden toegevoegd. Je kunt lezen van nieuw naar oud, maar je kunt ook klikken op een trefwoord waar je meer van wilt weten.
Alle trefwoorden:

100 woorden (6) dieren (18) dingen (5) droom (8) eten (11) gedicht (7) gesprek (35) hmmm (52) kunst (35) lang geleden (20) muziek (6) sorry (1) Stella (5) van een afstandje (31) verkeer (6) winkel (6)

Kuil

Vorige blogpost:

Kuil

Volgende blogpost:

Bestemming bereikt

Naar het overzicht van alle blogs