Schoonzus

-Mijn broer Berthus had kennis aan een Hernhutter. Dat was denk ik nog voor de oorlog. Hij was natuurlijk ouder dan ik en een jaar of 19 ofzo. Zij was ook ongeveer zo oud. Ze was een mooie verschijning. Maar hun vriendschap hield geen stand. Hij ging in de oorlog de wereld over en later emigreren en zij bleef helemaal in de heer en heel veel bidden.
-Hernhutter, dat klinkt heel Zwitsers. Klinkt als hüttenkäse, dat zal het zijn. Is zij nooit getrouwd?
-Nee, ze bleef heel erg bezig met het geloof, daar was ze mee getrouwd. Ik weet dit omdat ze later de schoonzus van de zus van mijn vriendin Trui is geworden.
-Ze was toch niet getrouwd?
-Nee, maar haar broer was getrouwd met een zus van Trui. Dan ben je ook schoonzus. Hij dronk te veel, die broer, die dus de zwager was van Trui. En zijn zus ging almaar met hem bidden om te zorgen dat hij van de drank af zou komen.
-Hielp dat?
-Nee, ik geloof het niet. Toen zei Derk, de man van Trui, tegen hem, tegen zijn zwager dus: “Wil je met haar blijven bidden of zullen we eens op mijn manier proberen van de drank af te komen?” Nou, dat wilde hij wel.
-Wat hebben ze gedaan dan?
-Dat weet ik eigenlijk niet, ik weet alleen dat hij dat zo gezegd heeft.
-En hielp dat?
-Ja, ik geloof wel dat hij van de drank af is geraakt, maar hij is niet erg oud geworden. Een eindje in de 60 ofzo. Trouwens zij hadden ook nog een zoon, die ze verloren hadden. Die was met zijn auto in het water gereden. Hij hield van jongens, die zoon.
-Dat heeft er toch niks mee te maken?
-Nee, maar het was wel zo. Toen Trui d’r moeder was overleden ging ik naar de begrafenis. Trui d’r moeder is 100 jaar geworden. Kan je nagaan. Ik vind mezelf al oud, laat staan dat je 100 jaar bent. Bij hun in de familie worden ze allemaal oud. Ze had een hele zwik zussen, die moeder, en die zijn allemaal honderd geworden. Nou ja, bijna allemaal. Trui zal ook wel 100 worden.
-Goeie genen. Zij zaten toch ook in zo’n onderzoek om te kijken hoe dat kwam dat ze allemaal zo oud werden?
-Klopt. Op die begrafenis was ook die Hernhuttervrouw. Die had ik natuurlijk in geen jaren gezien. Wel van gehoord, via Trui, maar nooit meer gezien. En zij kende me nog, ook omdat Trui nog weleens over mij vertelde. Dus wij praten even met elkaar en toen zei ze tegen me: “Het zou toch niks zijn geworden met je broer en mij.”