Spons

Ik heb onthouden waar ik niet op kon komen. Toen ik een jaar of veertien was had ik Duits op school. Ik deed mijn huiswerk aan de eettafel. Ik kon niet op een woord komen. Ik wist het Duitse woord, maar ik kwam niet meer op de Nederlandse vertaling. Het is der Schwamm in het Duits. Omdat het zo lang duurde liep ik naar de bijkeuken en pakte er een Schwamm bij om te kijken of ik zo mijn geheugen op gang kon brengen. Ik hield het ding in mijn handen en er gebeurde niets. Ik was verbijsterd dat ik niet op dat woord kon komen. Ik wist niet dat dat bestond op die manier. Hoe lang het duurde weet ik niet. Toen was het er weer: de spons. Nooit meer vergeten.

Ik heb onthouden wat zij niet kon onthouden. Ook op de middelbare school was ik met vriendin S Latijnse woordjes aan het leren. Het betere rijtjesstampen. Om de beurt overhoorden we elkaar. De een noemde de term in Latijn en de ander zei de vertaling. Ik zie S op haar rug in mijn kamer liggen, haar benen in de lucht heen en weer zwaaiend terwijl ze de vertalingen opdreunde van de woorden die ik voorlas. Die rijtjes zijn verdwenen. Op één woord na: het woord waar zij iedere keer op strandde. Ook al hield ze haar benen even stil kantelde ze haar hoofd een tikje achterover en keek ze naar een plek op het plafond om zich beter te concentreren, ze kwam er echt niet op. Dát woord, dat heb ik onthouden: latrat is Latijn voor (hij) blaft.

Mijn moeder vertelde over een vriendin met geheugenproblemen. Die vriendin is al een eindje in de 70 en het grote vergeten is begonnen. Ze vergeet zoveel dat ze er angstig van wordt. Het zijn telkens dezelfde woorden die ze vergeet. Ze voert een gesprek met iemand en kan verdomme alweer niet op datzelfde woord komen. Ze weet precies wat ze bedoelt, maar het juiste woord is verdwenen. Dat is razend irritant. Maar ze is niet voor een gat te vangen. Ze heeft een schriftje gekocht waarin ze de woorden opschrijft die ze telkens vergeet. Als ze weer een vastloper heeft kan ze de woordenlijst erbij pakken en opzoeken wat ze is vergeten. De lijst wordt steeds langer, dat wel. “Werkt dat, zo’n lijstje?”, vroeg ik. Ja, het werkt.