Verlangen

1
Poes T zaliger was gek op warmte. Zodra in de herfst de verwarming aansloeg verhuisde hij van zijn ligplaatsen in de zon naar de vensterbank boven de radiator. Tussen de plantenpotten hielden we een plekje voor hem open. De vensterbank van aardewerk kreeg een ideale poezenstooftemperatuur. Overdag was het behoorlijk behaaglijk, maar ‘s avonds werd het nog beter, want dan gingen de gordijnen dicht. Tussen de plooien van de gordijnen kwam warme lucht omhoog. En als hij precies zijn kop en een voorpootje tussen een plooi hing (meestal zijn linker, want hij lag voornamelijk op zijn rechterzij) dan kon hij nog meer warmte opvangen. Wij schoven regelmatig even het gordijn opzij om hem te bekijken en hem vierkant uit te lachten. Met liefde, dus dat was niet erg. Hij lag daar in rare bochten, volledig ontspannen, loom en lethargisch, lodderig uit zijn halfdichte ogen te kijken. Toch had hij soms een verlangen naar meer. Meer warmte. Dan keek hij naar beneden om het randje van de vensterbank naar de radiator. Daar kwam die goddelijke straling vandaan. De verwarming was smal en puntig aan de bovenkant, dus daar kon hij niet liggen. Hij strekte er zijn pootje naar uit; kon het net niet aanraken. Hij reikte naar zijn ideaal: één worden met de bron van warmte.

2
Er was niet veel voor nodig om onze klas met brugpiepers in feeststemming te brengen. We waren toe aan dit eerste klassenfeest. Het lokaal in de kelder, waar overdag de tekenleraar les gaf, werd met minimale ingrepen fuif-vriendelijk gemaakt. De tafels met stalen onderstellen en formica bladen werden aan de kant geschoven en waar nodig op elkaar gezet. De stoelen werden er tussen gepropt. De tl-verlichting ging uit en het driekleurige flikkerende discolicht dat meekwam met de dj ging aan. Prik in plastic bekers en chips in bakjes. Dat reconstrueer ik met wat ik nog weet van feestjes uit die tijd. Mijn herinneringen zijn niet erg precies. Met wie ik danste, welke muziek er klonk weet ik niet meer. Eigenlijk staat alleen een moment me scherp voor ogen. Ik lag op mijn rug op zo’n opzij geschoven tafel, mijn benen over de rand. Het feest was nauwelijks op de helft en ik verlangde al terug naar de avond die nog niet voorbij was. Ik kan in gedachten dicht bij het meisje dat ik was gaan staan, en proberen terug te kruipen in dat gevoel. Het was nostalgie zonder verleden. Verlangen naar iets waar ik nog geen woorden voor had. En iets daarvan zat in dat feestje.