Versmald

Soms lees ik een hele gewone zin en vind ik de manier van formuleren ineens heel vreemd. Zo las ik: “[Zij] is onlosmakelijk met de spin verbonden. Wie de […] kunstenares ter sprake brengt, zal dat waarschijnlijk doen met de woorden: ‘Je weet wel, van die enorme spinnensculpturen.’ “ Haal hier de woorden “de spin” weg en vervang het door iets anders, als: “de moedervlek op haar voorhoofd” of “die ene keer dat ze op een bedrijfsfeest veel te dronken werd”. Pas dan de tweede helft van de zin aan, zodat hier dezelfde term in genoemd wordt.  De versmalling van de kijk op de persoon wordt gelegitimeerd door de versmalling zelf. Een korte definitie van een mens door één kenmerk.

Een paar jaar geleden hoorde ik eens een item op de radio over een voetballer die café-uitbater werd nadat hij ooit één keer een goede goal had gemaakt. Nee, toch niet, het waren twee verschillende opgewekte ex-voetballers die om verschillende redenen als gast voorbij kwamen in een radioprogramma. En niet eens op dezelfde dag. Kennelijk heb ik ze in mijn hoofd in hetzelfde laatje bewaard. Hier volgen twee reconstructies van vage herinneringen.

De eerste voetballer heeft vlak na de oorlog één keer een goal gemaakt. Misschien wel bij een internationale wedstrijd. Het is zijn claim to fame. Hij is inmiddels tegen de negentig en ter herinnering aan dat doelpunt mag hij aan de telefoon op de radio komen. Zo te horen heeft hij thuis ook een feestje en hij is in opperbeste stemming. “Ja, geweldig was dat toen!” “En had u nou niet liever nog meer doelpunten gemaakt?” “Ja, natuurlijk, maar die ene was fantastisch en we hebben het er nu nog over, dus wat zou ik klagen?” Deze man is niet zielig. Hij is heel tevreden dat hij door dat ene doelpunt een leven lang nooit om een praatje verlegen heeft gezeten.

De carrière van de tweede voetballer is niet over rozen gegaan. Blessures (of iets heel anders) hebben dwars gezeten en de belofte die op jonge leeftijd van hem uit ging, is niet ingelost. Hij is nooit een grote geworden. De interviewster probeert hem aan de telefoon woorden van spijt te ontlokken, met vragen als: “Wat dacht je toen je je oud-ploeggenoten met zo’n beker op het podium zag staan? Denk je niet dat, als je die blessure niet had gehad, je net zulke bedragen in het buitenland had kunnen verdienen?” De man heeft helemaal geen spijt, integendeel. “Voetballen was best geinig, maar het liep anders. Nu heb ik een café en dat loopt als een trein. Het is echt mijn lust en mijn leven.” Als het telefoongesprek is afgerond vraagt de interviewster tot slot aan de deskundige in de studio: “Wat vind jij, is hij nou een loser?”