Vervellen

Wat is dat nou?
Ik denk een sprinkhaan.
Zo groen?
Zo groen als sla.
Hij ziet er een beetje ongelukkig uit, hij heeft wat aan zijn achterwerk.
Misschien is hij een beetje aangevreten.
Het lijkt of hij ergens uit komt.
Misschien is hij net uit een pop gekomen, dat hij eerst een larf was.
Een larf! Niet alle insecten zijn eerst rupsen of dat ze zich verpoppen van iets in iets.
Ja, maar ze hebben allerlei stadia.
Een kip komt toch ook niet als een rups uit het ei.
Een kip is geen insect. Hoe denk jij dan dat een sprinkhaan uit zijn ei komt?
Als een klein sprinkhaantje en dat hij dan groeit.
Deze ziet er wel wat raar uit.
Weet je wat ik denk, ik denk dat hij aan het vervellen is. Hij zit nog half in zijn vorige velletje. Kijk maar.
Ja, daar lijkt het wel op.
Ik ga hem helpen. Ik pak hier het oude velletje en dan kan hij er uit.
Voorzichtig!
Hup sprinkhaan, kruip er maar uit! Ik help je wel. Kijk, hij is er uit!
Je had gelijk, hij was aan het vervellen.
Dat velletje is helemaal doorzichtig.
Ik weet niet of jij wel echt hebt geholpen.
Ik deed heel voorzichtig.
Hoeveel poten heeft hij?
Vier, nee, zes.
Ja, hoeveel zijn het er nou? Weet je zeker dat jij er niet een uit hebt getrokken toen je aan het “helpen” was?
Hij heeft vier kleine pootjes en twee grote poten, om mee te springen. En twee voelsprieten. Je kunt zelfs de voelsprieten in zijn oude huid zien zitten.
Heeft hij er niet acht?
Het is toch geen spin!
Hij is nog steeds wel heel erg groen. Hij ziet er nog steeds een beetje onaf uit.
Misschien moet hij nog een beetje opdrogen. Kijk, hij kan zijn voelsprieten al weer omhoog steken. Hij is moe.

Zit hij er nog?
Ja, hij zit er nog. Niet het velletje laten vallen!
Wil jij het hebben dan?
Ja, ik wil er een foto van maken.

Zit hij er nog?
Ja, hij zit nu hieronder. Hij ziet er al weer een beetje beter uit.

Zit hij er nog?
Nee, net zat hij nog hier en nu is hij weg.