Wee

Ze maken die baby'tjes expres klein. Niet alleen omdat ze dan makkelijker in een moeder passen, maar ook zodat je naar ze blijft kijken. Tussendoor moet je even iets uit de keuken halen of de telefoon aannemen en als je terug komt, zijn ze al een beetje gegroeid. Je ziet het niet gebeuren, maar wel dat het gebeurd is. Ze veranderen zo snel en achteraf nog sneller. Je verbaast je over wat ze allemaal kunnen, helemaal vanzelf. Ze hebben gedachten die je er niet zelf in hebt gestopt.

Even later, als ze groot zijn, kun je je verbazen dat ze ooit in dat kleine hemdje hebben gepast, dat ze hebben staan wankelen op hun beentjes, dat ze hun eigen naam niet uit konden spreken. En zij zijn het vergeten.

Als je zelf geen kinderen hebt, heb je vaak wel een moeder, die in jou nog sporen van het onvoltooide perfecte van haar kind ziet. Ze ziet dat haar kind oud is geworden. Dat kan alleen maar betekenen dat ze zelf nog veel ouder is. Ze ziet dat alles voorbij gaat, dat alles voorbij is gegaan en dat niets meer terug komt. Haar kinderen wonen ergens anders, maar de poppen waar ze mee speelden zijn er nog. De witte kinderschoentjes zijn vergeeld en het leer is bros.

Je ziet aan anderen hoe oud je zelf bent. Je weet dat je voorbij zult gaan. Je gaat vergeten hoe lindebloesem ruikt of hoe een boterham smaakt.

Op een goede dag is weemoed zacht en kruidig. Op een slechte dag bitter en zwart.