Zacht

Met schuurpapier schuur ik in mijn werkplaats een houten object rond en glad. De groeven die ik met de rasp heb gemaakt schuur ik weg. Door het schuren wordt het hout steeds minder ruw, en aangenaam en zacht om aan te raken. Ik betast het beeld de hele tijd. Ik voel met mijn handen of de vormen goed zijn. Met alleen kijken kun je geen beelden maken.

Thuisgekomen zie ik een vlek op een keukenkastje. Die zit daar al een poos en moet nu maar eens weggepoetst worden. Ik pak een microvezeldoekje. Een microvezeldoekje is zacht en zal nooit krassen. De vezels zijn zo klein dat ze micro zijn. (Vriendin P zegt altijd dat je microvezeldoekjes klamvochtig moet gebruiken. Alleen dan kunnen de microvezels vuil in zich opnemen, zonder schoonmaakmiddel.) Door het schuren in de werkplaats hebben mijn handen eigenschappen van schuurpapier overgenomen. Dat merk ik als ik het droge microvezeldoekje in mijn handen neem. Ik hoor zachte tikjes als ik over het doekje strijk. Onzichtbare haakjes op mijn hand blijven hangen achter onzichtbare vezeltjes in het doekje. Het is teleurstellend dat dit verdomde doekje zijn zachtheid niet laat voelen aan ruwe handen.

Bij de achterdeur miauwt de poes om binnengelaten te worden. Geen zachter wederzijds genoegen dan een poes die zich uitgebreid laat aaien. Het liefst wil ik met twee handen een hele kop omvatten of stevig aan twee flanken tegelijk aaien. Ik laat de kat binnen. Hij is nat van de regen. Het is geen vocht mijdende poes. Hij komt soms met modderpoten tot zijn oksels thuis. Met zijn staart omhoog ter begroeting kijkt hij naar me met een blik van “komt er nou nog een aai, of hoe zit het?” Ik geef een korte oppervlakkige aai met mijn vingertoppen over zijn natte vacht. Alleen zodat de poes niet denkt dat ik niet meer van hem hou. Een koude natte hand met losse kattenharen is nu eenmaal niet zacht, maar klef en plakkerig. Het is teleurstellend dat die verdomde kat zijn zachtheid niet laat voelen als hij nat is.